Overtraining: een valkuil van formaat
Het is bijna iedere fanatieke sporter wel eens gebeurd. Je bent hard
aan het trainen, je maakt goede progressie en in het vuur van je enthousiasme
doe je er nog een klein schepje bovenop. Een paar dagen later ben je plotseling
niet meer vooruit te branden. Je hebt het gevoel alsof je lijf van lood is
gemaakt. Hoe kan dat nou, het ging toch zo lekker?
In al je gretigheid ben je in de valkuil van overtraining gestapt. Hier
lees je hoe je die valkuil kunt herkennen, kunt omzeilen en ook hoe je, als je
er onverhoopt bent ingevallen, er weer uit kunt klimmen.
De Amerikaan Alberto
Salazar was in het begin van de jaren 80 de beste marathonloper ter wereld.
Hij was de gedoodverfde favoriet om in 1984 Olympisch goud te gaan veroveren,
maar in de belangrijkste race van zijn leven eindigde hij op een
teleurstellende 15e plaats. In de jaren daarna haalde hij nooit meer
het niveau van zijn begintijd, hoewel hij niet ziek of geblesseerd was. Salazar
is het schoolvoorbeeld van een atleet die te hard trainde en onvoldoende rust
nam. Aan het einde van zijn carrire zei hij, Om goed te zijn moet je op hoog
niveau trainen, maar moet je je lichaam tijd gunnen om te herstellen. Je moet
op sommige dagen langzaam lopen. Dat deed ik nooit.
Overtraining is n
van de meest onderschatte blessures uit de sport. Hoofdzakelijk komt dat omdat
het bestaat uit een verzameling vage klachten die ogenschijnlijk niets met een
blessure te maken hebben. Plotseling gewichtsverlies, hoofdpijn, slaapstoornissen,
gebrek aan eetlust, verlies van inspiratie: het kunnen allemaal indicatoren
zijn van een overtraind lichaam. Hoe ontstaat dit trainingssyndroom precies?
Opdoffer
Overtraining betekent
simpel gezegd dat je te hard hebt getraind. Net als iemand die teveel heeft
gegeten last krijgt van zijn maag, kan het lichaam van een overtrainde atleet
het teveel aan zware trainingen niet meer verteren.
Training maakt je
lichaam stuk. Althans, een klein beetje. Een intensieve trainingsprikkel is in
feite niets anders dan een flinke fysieke opdoffer. Door de inspanning raken je
spiervezels licht beschadigd en breek je spierweefsel af. Het mooie van ons
lichaam is dat die spiervezels sterker dan ooit weer teruggroeien. Zo zorgt je
lijf ervoor dat het voortaan is opgewassen tegen de schokken die het eerder te
verduren kreeg.
Maar daar heeft het
wel een herstelperiode voor nodig. Wanneer de zware trainingen elkaar te snel
opvolgen en het lichaam geen tijd krijgt voor rust en herstel maak je meer
weefsel kapot dan er kan bijgroeien. Uiteindelijk lijdt je prestatieniveau er
danig onder. In plaats van vooruit te gaan, hol je plotseling achteruit. En
opeens stuit je tegen een muur: je lichaam wil niet verder meer. Tegelijkertijd
verliest ook vaak je geest de inspiratie om te blijven trainen.
Toch is het vaak
moeilijk te aanvaarden dat er iets mis is. Je hebt immers geen blessure en al
je pezen en gewrichten functioneren nog prima. Veel sporters zijn ook niet op
de hoogte van het bestaan van overtraining en interpreteren de signalen
ironisch genoeg als tekens dat ze niet hard genoeg trainen. Maar bij
overtraining is het zaak om er in een zo vroeg mogelijk stadium bij te zijn,
want een volledig overtraind atleet heeft vaak maanden nodig om te herstellen.
Daarom is het belangrijk dat je het overtrainingssyndroom bijtijds herkend. Wat
zijn de symptomen?
Fysiek en
geestelijk
Het belangrijkste
signaal op het fysieke vlak is dat je prestatieniveau daalt. Het kost je meer
moeite om de trainingen te doen en je hartslag is vaak een stuk hoger dan
normaal, hoewel je dezelfde inspanning levert. Ook ben je na de trainingen een
stuk vermoeider en voelen je armen en/of benen aan als lood. Dat vermoeide
gevoel blijft vaak ook nog urenlang hangen. Andere mogelijke fysieke symptomen
zijn slaapstoornissen – je wordt s nachts vaak wakker of komt veel
moeilijker in slaap –, plotseling gewichtsverlies en verlies van eetlust
en libido. Ook kan je immuunsysteem achteruit gaan, waardoor je vatbaarder bent
voor infecties, allergien, hoofdpijn en blessures. Sommigen krijgen last van
opspelende darmen en diarree. Daarnaast ziet een overtraind atleet er vaak
afgetobd, bleek en teneergeslagen uit.
Naast de fysieke
symptomen zijn de geestelijke indicatoren van overtraining minstens zo talrijk.
Want n van de belangrijkste tekenen van overtraining is dat je motivatie
sterk daalt. Van binnen zie je er als een huis tegenop om te gaan trainen en de
inspiratie die je eerst had is plotseling vervlogen. Aan competitie en
wedstrijden moet je al helemaal niet denken. Ook raak je vaak in het algemeen
je levensvreugde kwijt en kan je je lusteloos, apathisch of onverschillig
voelen. Je bent sneller gerriteerd, neerslachtig gestemd, verveelt je sneller
of je voelt je juist meer gestresst. Allemaal aanwijzingen vanuit de hersenen
dat je het rustiger aan moet gaan doen.
Een goede graadmeter
voor overtraining is om elke ochtend voordat je uit bed stapt je hartslag te
meten. Als de waarde 5 of meer slagen per minuut hoger ligt dan je normale
ochtendhartslag is dat een teken dat je lichaam meer rust nodig heeft. Bij meer
dan 10 slagen verschil zit je feitelijk al in de zone van overtraining.
Dagboek
Daarnaast moet je ook
goed op je eigen gevoel en je stemming letten. Volgens bewegingswetenschapper
en voormalige Olympische schaatskampioen Harm Kuipers is het om overtraining te
herkennen belangrijk om altijd zowel naar je lichaam als naar je geest te
luisteren. Atleten moeten het gevoel van hun lichaam en hun
geestesgesteldheid leren, aldus Kuipers. De eerste tekenen van onvoldoende
herstel en vroege overtraining zijn een toegenomen inspanning tijdens gewone
trainingstaken en veranderingen in het humeur. Hij raadt sporters aan om een
trainingsdagboek bij te houden en daarin niet alleen de trainingen zelf maar
ook je eigen subjectieve gevoel in op te schrijven. Het kan je helpen om de
eerste signalen te herkennen en op tijd in te grijpen.
Hoewel gedrevenheid
en passie goede kwaliteiten zijn in de sport, kunnen het ook valkuilen zijn.
Zoals Harm Kuipers opmerkt, Hoewel er weinig bekend is over de optimale
hoeveelheid training met hoge intensiteit, zijn atleten meestal geneigd teveel
te doen. Als de prestaties omlaag gaan en het lichaam signalen uitzendt om
meer rust in te bouwen, interpreteren deze atleten dat vaak als een teken dat
ze te weinig hebben getraind. Vervolgens doen ze er een dodelijk schepje
bovenop, dat de situatie alleen maar verergert.
Rust, rust, rust
Tegen overtraining is
eigenlijk maar n remedie gewassen en dat is rust, met een hoofdletter R.
Zodra je lichaam en je geest de eerste signalen afgeven is het zaak om
onmiddellijk een paar dagen te stoppen met trainen. Als je er vroeg genoeg bij
bent kunnen 3-5 dagen al voldoende zijn en kun je daarna rustig aan weer
beginnen. Maar als je al verder heen bent en je de muur al bent tegengekomen
(je lichaam is dan nauwelijks meer vooruit te branden) moet je rekenen op een
herstelperiode van weken. Deze muur is een noodkreet van het lichaam om je
wakker te schudden als je de meer subtiele signalen hebt gemist of genegeerd.
Train je dwars door de muur heen, dan kun je maandenlang zijn uitgeschakeld of
misschien zelfs een voortijdig einde van je sportcarrire inluiden.
Zelf weet ik nog goed
hoe ik twee jaar geleden hard aan het trainen was voor de marathon en op een
ochtend aan mijn gebruikelijke trainingsrondje wilde beginnen. Ik had nog geen
honderd meter gelopen of mijn benen begonnen te trillen en ik voelde me opeens
doodmoe. Ik wist niet wat me overkwam! Mijn eerste reactie was dan ook de
bekende ontkenning: er is niets aan de hand, lekker doorlopen. Ik maakte het
rondje af, maar voelde me allerminst jofel. De volgende dag gebeurde precies
hetzelfde. Ontkennen hielp niet meer: ik had te hard getraind. De marathon
moest ik laten schieten en uiteindelijk heb ik een volle maand niet getraind
voordat ik er goed en wel overheen was.
Variatie
Aangezien
overtraining zo moeilijk meetbaar is is het ook moeilijk om precies aan te
geven hoeveel rust nodig is voor herstel. Blijf daarom goed naar je lichaam en
geest luisteren. Een beproefd advies is om pas weer met trainen te beginnen als
je er weer zin in krijgt. Zodra de motivatie weer terugkeert betekent het dat
je lichaam weer voldoende hersteld is. Toch moet je nog steeds zorgzaam te werk
gaan en de training ook rustig weer opbouwen. Begin met een lager volume en een
lagere intensiteit en neem een paar weken de tijd om weer terug te keren op je
oude niveau. Als je te snel teruggrijpt op je oude schema loop je het risico
dat je zo weer terug bij af bent.
Voorkomen is altijd
beter dan genezen. Een gouden regel uit de sportwereld is dan ook om zware en
lichte trainingen altijd af te wisselen. Plan nooit twee zware workouts achter
elkaar, maar zet er altijd een lichte training of een rustdag tussen.
Daarnaast is variatie
ook van doorslaggevend belang. Onderzoek heeft aangetoond dat teveel monotonie
in de trainingen ook kan leiden tot overtraining. Varieer dus niet alleen de
intensiteit maar ook het volume van de training. Maar variatie betekent ook dat
je eens een heel ander trainingsparcours loopt of in de sportschool eens een
andere set oefeningen doet. Verandering van spijs doet eten, ook in de sport.
Een laatste praktische vuistregel luidt: bij twijfel, neem rust.
Hidde Tangerman,
2008