DE WETENSCHAP VAN HET HARDLOPEN

 

De hardlopende mens is al sinds jaar en dag interessant studiemateriaal voor de wetenschap. Al vanaf het einde van de 19e eeuw wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van het hardlopen op de fysieke en geestelijke gezondheid. Hoewel er zich onder de onderzoekers ook skeptici bevinden die het hardlopen maar een nutteloze en gevaarlijke bezigheid vinden, vallen verreweg de meeste onderzoeksresultaten opvallend positief uit. In vogelvlucht nemen we een aantal opzienbarende ontdekkingen door.

 

Tegengif bij stress, angst en depressie

Hardlopen is een probaat middel tegen stress, zoals veel hardlopers al hebben ontdekt. Maar ook de wetenschap komt met bewijzen. Het Britse duo Roth en Holmes onderzocht het effect van lichamelijke fitheid op stress in jonge, gezonde volwassenen en concludeerde dat fitte mensen minder gezondheidsproblemen ondervinden van stress dan niet-sporters. Volgens ander onderzoek zijn fysiek fitte mensen ook beter in staat om te gaan met zeer ingrijpende en stressvolle gebeurtenissen zoals het verlies van een familielid, een scheiding of financi‘le problemen. Daarnaast toonde de Amerikaanse wetenschapper Richard Dienstbier aan dat hardlopers na minstens 10 kilometer te hebben gelopen beduidend minder heftig reageerden op bepaalde stimuli zoals lawaai en kou. Dit stress-reducerende effect was tot 5 uur na de training nog merkbaar.

Ernie Randolfi, als arts verbonden aan de universiteit van Montana, stelt dat we door hard te lopen beantwoorden aan een oeroud instinct, dat door stress wordt aangewakkerd. Bij een stressreactie vinden er namelijk zoÕn 1500 biochemische reacties in het lichaam plaats. Die reactie stamt nog uit de tijd dat wij als jagers en verzamelaars door het leven gingen en ons uit bedreigende situatie moesten redden door te vechten of op de vlucht te slaan, de zogenaamde Ôfight or flight responseÕ. Volgens Randolfi bootsen we dit principe na door te gaan hardlopen. Zo stellen we ons lichaam in de gelegenheid om de schadelijke bijproducten van de stressreactie weg te werken door te beantwoorden aan het vluchtprincipe en dus - letterlijk - de benen te nemen. Je zou natuurlijk ook kunnen gaan boksen.

 

Hardlopen blijkt ook goed te werken bij angststoornissen. In de jaren Õ80 toonde bewegingswetenschapper William Morgan met een onderzoek aan dat een krachtige fysieke inspanning zoals hardlopen angsten en spanningen vermindert. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat die vermindering langer standhield als het werd veroorzaakt door sport en beweging dan via andere methodes. Beweging blijkt soms zelfs effectiever dan medicijnen. Vijftien minuten lichamelijke inspanning met een hartslag van 100 slagen per minuut blijkt een groter rustgevend effect op de spierspanning te hebben dan ŽŽn dosis van een kalmeringsmiddel, aldus een Amerikaans onderzoek uit 1981.

Er is tevens wetenschappelijk bewijs voor het feit dat hardlopen helpt tegen neerslachtigheid.

 

Het karaktervormende effect

ÔEen gezonde geest in een gezond lichaam,Õ schreef de Romeinse dichter Juvenalis in de eerste eeuw na Christus. Hardlopen lijkt die stelling te bewijzen. In 1898 merkte de Duitse wetenschapper Kraeplin al op dat hardlopen moed, vindingrijkheid en besluitvaardigheid bevordert en Professor Ruud Bosscher van de Vrije Universiteit te Amsterdam promoveerde in 1991 met een onderzoek naar het effect van hardlopen op depressies. Het bleek dat hardlopen hetzelfde effect had als de traditionele anti-depressiva, maar natuurlijk een stuk goedkoper en gezonder is. Bij het hardlopen komen namelijk endorfine en serotonine vrij, de zogenaamde ÔgelukshormonenÕ, die een geestelijke oppepper geven. Maar ook het weer in beweging komen na vaak langdurig stilzitten en het stellen van doelen via het hardlopen zijn stimulansen voor langdurig gedeprimeerden en kunnen hen helpen de draad weer op te pakken en meer plezier in het leven te ervaren.

Uit een onderzoek van de Duitser Siegfried Weyerer kwam naar voren dat mensen die niet of nauwelijks bewegen drie keer meer kans maken op een depressie als zij die fysiek actief zijn. Hardlopen wordt dan ook regelmatig met succes gebruikt als vorm van therapie tegen depressies, angststoornissen en andere psychische problemen. goed is voor de zelfbeheersing en het zelfvertrouwen. Veel gedragswetenschappers na hem kwamen tot soortgelijke ontdekkingen. De Canadees McPherson deed in 1967 onderzoek naar mensen die gedurende vier jaar of langer regelmatig sportten. Hij kwam tot de conclusie dat de fitte proefpersonen meer energie, geduld, humor, ambitie en optimisme bezaten en bovendien vriendelijker, uitbundiger, beter gemutst en prettiger in de omgang waren dan de controlegroep die net met een trainingsprogramma was begonnen. Latere onderzoeken van diverse wetenschappers wezen uit dat lichamelijke fitheid het zelfvertrouwen en de emotionele stabiliteit vergroot en eigenschappen als onafhankelijkheid, nauwgezetheid en volharding stimuleert. Met name bij hardlopers werd geconstateerd dat ze meer stabiliteit, onafhankelijkheid en vindingrijkheid bezitten dan hun niet-actieve medemens, hoewel ze ook introverter zijn. Ook zouden ze een beter zelfbeeld hebben. Verder bleek dat deze voordelen rechtevenredig toenamen met de trainingsomvang. De marathonloper scoort dus hoger dan de recreatieve jogger.

Het gros van het wetenschappelijk onderzoek toont aan dat hardlopen niet alleen fysieke, maar ook geestelijke voordelen oplevert. Dit inspireerde de bekende sportpsycholoog Bruce Ogilvie om te schrijven: ÔHardlopen kan kwaliteiten ontwikkelen die een enorm voordeel opleveren in onze maatschappij, zoals betrouwbaarheid, vasthoudendheid, organisatie en de bereidheid risicoÕs te nemen en grenzen op te zoeken; kwaliteiten die nodig zijn om in onze wereld van vandaag te kunnen overleven.Õ

 

Goed voor de grijze massa

Ook de hersencellen profiteren mee van de wekelijkse kilometers. Neuroloog Fred Gage van het Salk Instituut in La Jolla, Californi‘, onderzocht in 1997 de hersenen van muizen en ontdekte dat muizen die veel renden en bewogen een grote hoeveelheid nieuwe hersencellen produceerden in de hippocampus, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor geheugen en leren. De actieve muizen bezaten daar twee keer zo veel cellen dan hun passievere soortgenoten. Ook bij fysiek actieve mensen treedt een dergelijk effect op. Het is daarbij wel belangrijk dat je actief blijft, anders sterven de cellen ook weer af. Use it or lose it.

In een ander onderzoek scoorden mensen die waren gaan hardlopen beduidend beter op een wiskundetest en andere verstandelijke tests dan een groep niet-lopers.

 

Een gezonde verslaving

Er wordt vaak gezegd dat hardlopen verslavend is. Menige hardloper zal die stelling onderschrijven, maar sluitend wetenschappelijk bewijs is er nog nooit voor gevonden. Voorstanders van de verslavingstheorie zeggen dat de hormonen endorfine, serotonine en dopamine, die door het hardlopen worden aangemaakt en zorgen voor een plezierig gevoel, op den duur verslavend werken, als een soort natuurlijke drugs. Pofessor Romain Meeusen ontdekte vrij recentelijk dat er zelfs bepaalde cannabisachtige stoffen bij het hardlopen vrijkomen. Dat zou het begrip Ôrunners highÕ weer een hele nieuwe dimensie geven. Toch ervaart lang niet iedere loper deze verheven geestelijke toestand. In een onderzoek uit 1983 onder 424 lopers gaf 31% aan nooit een runners high te hebben gehad. Ook professor Meeusen twijfelt aan het bestaan ervan. ÒIk denk dat het vooral een persoonlijke ervaring is, zoals je goed voelen iets persoonlijks is,Ó aldus de Vlaamse wetenschapper. Bovendien zijn de meeste ontwenningsverschijnselen die optreden als lopers een aantal dagen niet kunnen trainen psychologisch van aard: irritatie, depressie of een schuldgevoel. Men kan daarom beter spreken van een psychologische verslaving. Als je het de nuchtere hardloper zelf vraagt zal hij wellicht zijn schouders ophalen. Verslaving? Nou ja goed, maar dan wel een gezonde verslaving.

 

©Hidde Tangerman, 2008